De bouw van een ondergrondse parking onder de Zeshoek was als verkiezingsbelofte aangekondigd. Het lijkt voor velen een logisch idee. We halen auto’s weg uit het straatbeeld, creëren meer bovengrondse ruimte in het centrum en zorgen voor meer parkeerplaatsen in ons centrum.
Maar wie verder kijkt dan de betonplaat, merkt dat zo’n investering zelden strookt met een duurzame visie op mobiliteit en leefkwaliteit.
Autoverkeer hoort niet in de kern van onze dorpen en steden
Een autoluw en veilig centrum is voor veel inwoners een topprioriteit. Ouders willen hun kinderen veilig door het centrum laten fietsen, senioren willen vlot en zonder stress kunnen wandelen, handelaars willen dat bezoekers langer blijven plakken.
Allemaal activiteiten die door de aanwezigheid van de auto in het gedrang komen. Auto’s in een centrum zorgen voor meer uitstoot, meer drukte, meer onveiligheid en meer lawaai. Een ondergrondse parking onder de Zeshoek loodst het verkeer tot diep in ons centrum voor de komende decennia.
Onder de grond bouwen, beperkt de ruimte boven de grond
Het is een hardnekkige misvatting dat je bovengronds meer ruimte wint door ondergronds te bouwen. In werkelijkheid vormt een parking een reusachtige doos die de wortelruimte van bomen beperkt, waterinfiltratie hindert en de inrichting van het plein erboven vastpint. Een écht levendig centrum draait net om ademruimte, groen en ontmoetingsplekken. Een plein dat niet ‘leeft’ omdat er onder een betonnen bunker schuilgaat, brengt de gemeente geen stap vooruit.
Een ondergrondse parking slorpt een budget op dat we elders veel beter kunnen inzetten
Ondergrondse parkings zijn extreem duur. Niet een beetje duur, maar miljoenenprojecten die decennialang financiële ruimte opslorpen. De complexe bouw, waterhuishouding, veiligheidsnormen en exploitatie zorgen voor een kostenplaatje dat maar zelden wordt terugverdiend. Laat onszelf niets wijsmaken. De gemiddelde kostprijs voor één ondergrondse parkeerplaats draait rond de 40 000 euro. Vermenigvuldigen we dit met een 80-tal plaatsen, dan komen we al gauw uit op een geraamd kostenplaatje van om en bij de 3,2 miljoen euro. Het zal dus allesbehalve een goedkope parking zijn.
Ondertussen staan belangrijke investeringen in ons centrum te wachten: aantrekkelijke centrumstraten, veiligere en betere fietsinfrastructuur, betere voetpaden, groenere pleinen, een heraanleg van het marktplein.
Elke euro die in beton onder de grond gaat, kan maar één keer worden uitgegeven.
En laat je niks wijsmaken uiteraard: er parkeren zal allesbehalve gratis zijn.
Een dure parking blokkeert onze toekomst
Zodra we ons geld besteden aan een ondergrondse parking, zitten we er voor tientallen jaren aan vast. De toegang naar de parking moet open blijven voor auto’s, de verkeersstromen moeten er naartoe geleid worden, en elk toekomstig plan wordt bekeken vanuit de vraag: “Wat met de parking?”
Zo wordt de keuze voor de auto die we vandaag zouden maken een blok aan het been voor de toekomst. Heel wat omliggende steden en gemeenten hebben nu reeds spijt van de parkeergarages die ze pal in hun centrum hebben aangelegd. Het beperkt hen in de keuze die ze willen maken om straten autoluw of autovrij te maken. Steden en gemeenten die rondom Wetteren floreren, maakten reeds jaren geleden de keuze om voorrang te geven aan de winkel-wandelaar in plaats van de auto.
We kunnen voorspellen dat onze mobiliteit de komende 50 jaar, net zoals de voorbije 50 jaar, grondig zal veranderen. De aanwezigheid van een ondergrondse parkeergarage in ons centrum hypothekeert de keuzes die we in de toekomst kunnen maken.
Randparkings en zachte mobiliteit werken écht
Gemeenten die kiezen voor doordachte mobiliteit, zetten in op randparkings: makkelijk bereikbaar, ruim opgezet en verbonden met veilige loop- en fietsroutes naar het centrum. Bezoekers komen rustiger toe, bewoners ervaren minder overlast en het centrum krijgt de kans om te floreren als leef- én belevingsruimte.
Lokale handelaars weten het allang: wie te voet of met de fiets komt, blijft langer én koopt meer. Het uitgespaarde budget kan gebruikt worden om een veilige en vlotte toegankelijkheid te garanderen naar het centrum. Hetzij via gezellige winkel- en wandelstraten, het ter beschikking stellen van deelfietsen en waarom niet: een zelfrijdende shuttle. De shuttlebus kan de verschillende randparkings bedienen, zowel op linker- als rechteroever. Met het uitgespaarde geld kan de shuttle jarenlang gratis rijden.
Groen&Co deed daarom eerder al voorstellen met betrekking tot de uitbreiding van de Warande-parking en een combinatie parking-woongelegenheden aan de hoek van de Victor Van Sandelaan met de Acaciastraat (Ijzeren Brug).
Kiezen voor mensen, niet voor beton
Het debat over een ondergrondse parking lijkt op het eerste gezicht technisch, maar gaat in essentie over één duidelijke vraag: Voor wie bouwen we ons centrum? Voor auto’s of voor mensen?
Gemeenten die ambitie tonen, kiezen resoluut voor het tweede en maken zich klaar voor de toekomst. Ze bouwen aan een plek waar kinderen veilig kunnen spelen, waar wandelaars en fietsers de toon zetten, waar verpozen en gezellig vertoeven in het centrum belangrijker is dan parkeren. Dat is de toekomst.

